“De grote zogende fauna”

Op Renosterfontein zijn vele grote en minder grote zoogdieren te vinden. De grootste bewoner op de boerderij is de giraffe, de latijnse naam is Giraffa camelopardalis, dit verklaart waarom die giraffe in het Zuid Afrikaans de curieuze naam kameelperd heeft.

Zoals ongetwijfeld bekend heeft de giraffe een lange nek, (de giraffe heeft echter niet meer nekwervels dan de mens). Deze nek heeft tot voordeel dat er weinig competitie is voor het krijgen van voedsel. Het is echter een probleem om voldoende bloed boven te krijgen, een giraffe heeft dan ook kleppen in zijn slagaders om te voorkomen dat het bloed terugstroomt. Vanwege de hoge bloeddruk kan de giraffe zijn hoofd slechts heel kort laten zakken, om bijvoorbeeld te drinken. Slapen doet de giraffe dan dus ook heel weinig, een half uurtje per dag, en nooit met zijn kop op de grond.

De giraffe leeft in losse sociale groepen, zonder echte territoria. Op  Renosterfontein woont 1 familie, 1 mannetje en 3 vrouwtjes. De jongen die geboren worden leven vaak in een creche zoals wij die ook kennen.

Impala

Een veelvoorkomende bewoner is de impala. Dit is een ranke, lichtbruine, en graag gegeten antilope soort. De impala’s zijn eigenlijk het mooist als ze op de vlucht zijn, ze maken dan indrukwekkende sprongen om hun belagers af te schudden. Ze kunnen een slordige 11 meter ver en 3 meter hoog springen.

Net boven de hoeven hebben ze een zwarte plek, deze plekken markeren klieren, die als de rooibokken wegvluchten een sterk geurende stof afscheiden. Deze stof heeft o.a. als functie om de omgeving te laten weten dat er onraad is.

Een zeer merkwaardig fenomeen is het feit dat het drachtige vrouwtje de geboorte van haar jong kan uitstellen tot er voldoende voedsel in de omgeving is. Een andere reden voor dit fenomeen is, dat als de impala’s dan tegelijk hun jongen werpen, de roofdieren deze dan niet allemaal opgegeten krijgen.

Rooibokken leven harems. Deze worden geleid door 1 of 2 mannetjes, andere die nog geen harem hebben kunnen vormen, leven in vrijgezellengroepen. In de bronsttijd wordt er zwaar gevochten voor dominantie.

Luipaard

De roofdieren waar onze jonge impala’s bang voor moeten zijn, zijn het luipaard, de jakhals, de caracal en de serval.

Ook de bruine hyena, het mooiere neefje van de gevlekte, is een potentieel gevaar, maar zal zich toch vooral beperken tot aas en vruchten. We vinden vaak sporen van deze roofdieren maar het zien is moeilijk omdat ze vaak ’s nachts actief zijn en goed gecamoufleerd zijn. Een ontmoeting kan echter altijd plaatsvinden zoals onze buurman deze zomer heeft ondervonden.

Wrattenzwijn

Bij een wandeling trok het heftige geschreeuw van een wrattenzwijn zijn aandacht. Na een korte zoektocht werd hiet dier nog steeds luid schreeuwend, boven in een boom aangetroffen, terwijl de gastheer de kuierlatten nam. Niet gewend op op takken te leven storte pumba zich ook ter aarde om een veiliger heenkomen te zoeken.

Wrattenzwijen leven normaal in een gat in de grond, gegraven door het aardvark. Deze miereneters maken enorme hoeveelheden gaten in de grond op jacht naar termieten en mieren. Pas dus op voor het onverwachtte verkeer dat uit deze gaten kan komen, en ga er dus niet voor staan.

Kudu

Een veel voorkomende verschijning in de Waterberg, ook buiten de reservaten, is de kudu. Daarom ook verantwoordelijk voor vele auto-ongelukken en een goede reden om na het donker zo min mogelijk te rijden.

De Kudu is een grote antilope soort, waarbij de mannetjes een erg indrukwekkende set hoorns bezitten. Deze spiraalvormige hoorns zijn belangrijk voor de temperatuur regulatie. De vrouwtjes kudu, die niet met deze mooie dingen is uitgerust, moet daarom nog beter oppassen voor oververhitting. Dit doen ze door veel in bosjes te leven, en bij gevaar doodstil te blijven staan in plaats van het zoeken van het hazenpad.

De kudu’s overleven door het niet opvallen, ze verplaatsen zich dan ook bijna geruisloos. Ze plaatsen hun achterpoot bij het lopen dan ook op de afdruk van de voorpoot, om zo de kans op brekende takjes te halveren. Hoewel er vele kudu’s op Renosterfontein leven, is het dus moeilijk ze te zien te krijgen. Je kunt er dan ook met groot gemak heel dicht langs lopen.

Zo is het Bas eens overkomen dat hij tot zijn grote genoegen 1 kudu van dichtbij zag, zich even later realiserend dat er 12 van deze dieren om hem heen stonden.

We hebben slechts een korte introductie gegeven van de aanwezige zoogdieren en hun interessante gewoontes. Er zijn nog heel veel andere soorten zoogdieren aanwezig in het gebied waar wij in de toekomst nog meer over zullen vertellen. Hieronder volgt een lijstje om u enig idee te geven van de enorme verscheidenheid op Renosterfontein, waarbij ook deze lijst zeker niet volledig is.

  • kuddes van Gnoes (wildebeesten), impala’s
  • Zebra’s
  • Kudu’s
  • Elanden
  • Waterbokken, gemsbokken, rooihartebeesten,
  • Reedbokken(komt niet in kuddes voor maar in familie groepjes)
  • Berg reedbokken
  • Steenbokken=vaak alleen
  • Duiker -meest alleen
  • Klipspringer=familiegroepjes
  • Bos bokken, Nyalas = soms alleen, dan weer in groepjes
  • Dik dik
  • Bavianen (in grote getale) – blauwzak aapjes (meest in kleinere groepjes)
  • Klipdassie = Deze dieren zijn familie van de olifanten wonen in vaak grotere groepen in rotsachtig gebied. klip, afrikaans is rots
  • Otters
  • Stekel varken
  • African wildcat- cerval-caracal-luipaard (katachtigen zijn meest individualisten)
  • Hazen
  • Honing dassen
  • Genet
  • Wrattenzwijn -bosvark
  • Aardvark, (een miereneter) alleen